Geplande massamoord op 10.000 grauwe ganzen,
wordt het ‘Killingfields of Friesland’
Persbericht ANP ---
LEEUWARDEN - De provincie Friesland heeft besloten tienduizend grauwe ganzen af te schieten of op andere manieren te laten verdwijnen. De ganzen vreten 's zomers gewassen op en poepen akkers en weilanden onder.
''Als we nu niet ingrijpen wordt de overlast en de schade te groot en moeten we in de toekomst nog rigoureuzere stappen nemen'', zei gedeputeerde Hans Konst dinsdag. Op dit moment bezoeken in de zomer 17.000 ganzen Friesland. Dat aantal moet worden teruggebracht naar zevenduizend, het niveau in 2006. Bij dat aantal is de schade van 75.000 euro volgens de provincie acceptabel.De plannen om de het ganzenaantal te verminderen zijn afgesproken met natuur- en boerenorganisaties.
Lokken Om van de vliegende beesten af te komen wil de provincie de ganzen lokken in plaats van verjagen. Dan kunnen ze makkelijker worden gedood. Rondom broedgebieden wil de provincie eiwitrijke graslanden vervangen door minder eiwitrijke gewassen.
'In moeilijk toegankelijke gebieden kan de natuurlijke vijand van de gans, de vos, een bijdrage leveren'', aldus de provincie. Per regio moeten nog gedetailleerde afspraken worden gemaakt.
--- einde persbericht
1. Inleiding
De Grauwe Gans is van oudsher een broedvogel van de uitgestrekte en grotendeels onbewoonde moerasgebieden in de laagveengebieden van het noorden van ons land. In de provincie Friesland ging het al in de negentiende eeuw slecht met deze soort en aan het begin van de twintigste eeuw broedden deze ganzen daar nog slechts op enkele plaatsen, zoals in de Oude Venen rond Eernewoude, in het veengebied rondom Boornbergum, in de Johannesgaaster Veenpolder en Polder Oldelamer ter weerszijden van de Beneden Tjonger en in de Rottige Meenthe langs het riviertje de Linde.
Maar doordat jaar na jaar de eieren van de ganzen werden geraapt, de kuikens werden doodgeslagen en geslacht en broedende of ruiende ganzen werden doodgeknuppeld, gevild en verkocht was het rond 1935 gedaan met de Friese broedpopulatie en werd het laatste nest gevonden in de Kraanlanden tussen De Veenhoop en Nijbeets.
Rond 1960 werd door het ministerie van Landbouw en Visserij het plan ontwikkeld om de Grauwe Gans in Friesland te her- introduceren. Dat zou feitelijk onnodig behoren te zijn bij een trekvogel waarvan dieren uit noordelijker en oostelijker in Europa gelegen broedgebieden ons land in voor- en najaar passeren. Maar omdat het kennelijk niet wenselijk werd geacht om door middel van een stringente bescherming van geschikte habitats de ganzen weer in de gelegenheid te stellen om spontaan hun verloren broedarealen te herbevolken, werd er toe over gegaan om in 1962 en 1963 geleewiekte vogels- afkomstig uit Denemarken- paarsgewijze uit te zetten in de Rottige Meenthe. Al spoedig leidde dit tot het ontstaan van een kleine broedpopulatie die bestond uit de niet vliegende volwassen paren met hun vliegvaardige jongen. Omdat ganzen sterk familiegebonden leven en de jonge vogels pas in of na hun derde jaar geslachtsrijp zijn, vormde er zich gaandeweg een standpopulatie in het gebied rondom Nijetrijne.
Reeds in het begin van de jaren zeventig was de hervestiging in de Rottige Meenthe zoín groot succes, dat omliggende boeren begonnen te klagen over schade door de steeds groter wordende groepen subadulte ganzen die er op hun landerijen overzomerden. Daarom schakelde terreinbeheerder Staatsbosbeheer ieder voorjaar veel personeel in om de nesten te zoeken en door middel van het schudden van de eieren de populatiegroei in te dammen. Daarbij werden er broedende vogels aangetroffen die enkele jaren eerder als kuiken in het zuiden van Zweden waren geringd. Waarmee de eerste aanwijzingen voor een daadwerkelijke vermenging van deze ganzen met de oorspronkelijke Scandinavische broedpopulatie dus een feit waren.
Het lag voor de hand dat de snel groeiende populatie van de Rottige Meenthe zich begon uit te breiden naar andere geschikte moerasgebieden in Friesland en al rond 1978 was er een flinke populatie ontstaan in Veenpolder De Deelen bij Oldeboorn. Dat luidde ook het moment in van een keerpunt in de pogingen om de groei van de populatie middels nestbehandeling in toom te houden. De ganzen begonnen zich namelijk over steeds mÈÈr gebieden te verspreiden en het werd simpelweg onmogelijk om de nesten nog allemaal onder controle te houden. Dit was natuurlijk al in 1960 te voorzien geweest, maar kennelijk hebben de initiatiefnemers van Landbouw en Visserij, het onderzoeksinstituut ITBON en Staatsbosbeheer daar destijds niet bij stil gestaan.
Inmiddels waren wat zuidelijker in ons land zowel Oostelijk- als Zuidelijk Flevoland drooggevallen en direct daarna vanuit de lucht ingezaaid met riet. Door de variabele hoogteligging van de drooggevallen bodem waren er voor de cultivering van Oostelijk- Flevoland in de tweede helft van de jaren í60 veel moerassige plaatsen in de uitgestrekte rietvelden, die bij uitstek geschikt waren voor nieuwe vestigingen van de Grauwe Gans. Het duurde dan ook niet lang voordat er aanwijzingen werden verkregen voor het broeden in de omgeving van de Knardijk.
Omdat er intussen ook elders in den lande, zoals in de Vlaamse Kreken bij Axel, aan de Scheelhoek op Flakkee en in De Bol op Texel Grauwe Ganzen waren uitgezet en er in de jaren zeventig en tachtig ook op verschillende andere plaatsen in ons land vrij vliegende paren werden losgelaten (vooral nadat het gebruik van levende lokganzen bij de ganzenjacht verboden werd), ontstonden er in steeds meer waterrijke moerasgebieden grotere of kleinere broedpopulaties.
Er was toen nog altijd de mogelijkheid om door middel van een stringent nestbeheer de omvang van de lokale broedpopulaties in de hand te houden. Maar natuurbeherende organisaties en andere terreinbeheerders stelden andere prioriteiten. Bovendien ontstonden er in de jaren tachtig de zogeheten Wildbeheereenheden, die op grote schaal het vestigen en uitbreiden van broedende Grauwe Ganzen in hun revieren nastreefden. Nestbeheer en populatiebeperking waren begrippen die in hun vocabulaire niet voorkwamen.
Aan het eind van de twintigste eeuw was er zodoende een situatie ontstaan, waarin de Grauwe Gans een succesvolle nieuwe broedvogel was geworden in alle provincies. Ook regio's waar voor zover bekend nooit eerder wilde Grauwe Ganzen als broedvogel voorkwamen, zoals Drenthe, Twenthe, de Achterhoek en de provincie Limburg, werden door de vogels bevolkt. Maar nog altijd werd er op geen enkele wijze, landelijk noch regionaal, actie ondernomen om het dreigende gevaar van een hinderlijk grote populatieomvang het hoofd te bieden. Men liet het, op zijn Hollands gezegd, domweg op zijn beloop!
Dit verergerde zich in extreme mate na de eeuwwisseling. Enerzijds doordat er vanaf de vroege jaren negentig op een dikwijls kortzichtige en r¸cksichtsloze manier aan ënatuurontwikkelingí werd gedaan in bestaande kwetsbare natuurterreinen (die als gevolg van jaarrond begrazing door uitheemse vee rassen sterk verruigden en vegetatiekundig verpauperden), terwijl er alom in het land te pas en heel dikwijls te onpas ënieuwe natuurí werd aangelegd. Doorgaans door middel van vergraving van voordien droge terreinen, die zich daarna snel ontwikkelden tot voor ganzen geschikte broedhabitats. Maar, zoals gezegd, door verruiging en verpaupering van de vegetatie viel en valt er in die nieuwe broedterreinen voor de ganzen veel te weinig te eten. Zodat zij dus wel naar het boerenland MOETEN uitwijken om te overleven. Een kwestie van oorzaak en gevolg!
Ongelukkigerwijze trad er in het voorjaar van 2002, vrijwel gelijk met het in werking treden van de nieuwe Flora- en faunawet, het eerste kabinet Balkenende aan en al meteen stelde een aantal confessionele parlementariÎrs zich ten doel die wet zodanig te bruuskeren dat jagers en kwaadwillende boeren zoín beetje de alleenheerschappij over onze inheemse fauna toebedeeld kregen. Het kwade zaad was uitgestrooid! En er kwam op een meedogenloze wijze een eind aan ruim een eeuw geciviliseerde natuur - en dierenbescherming in Nederland!
2. Het ingooien van een Raamwet
De Flora- en faunawet, waaraan twee kabinetsperioden lang door twee regeerperioden Kok ( beter bekend als Paars 1 en Paars 2) was gewerkt, onder voortdurende obstructie door de CDA- oppositie, was een zogenaamde Raamwet. Een wet die derhalve vanaf het in werking treden de staatsrechtelijke mogelijkheden bood om bepaalde details nader uit te werken. Het zal daarbij niet in het voornemen van de wetgever hebben gelegen om ruimte te bieden voor de absolute willekeur waarmee het Balkenende- beleid kans zag om vanaf april 2002 dit, voor het ecologisch- en ethologisch verantwoorde beheer en behoud van onze flora en fauna wezenlijk belangrijke instrumentarium, te ontkrachten en op tal van onderdelen letterlijk vleugellam te schieten. Dat dit kon plaatsvinden op basis van aantoonbaar en bewijsbaar leugenachtige en lasterlijke feitenverdraaiingen is een ontluisterende blamage voor onze wetgeving en een aanfluiting voor de kwaliteit van het parlement. En van de senaat, wiens staatsrechtelijke taak het is om nieuwe wetgeving, alsmede mutaties daarin, op hun inhoudelijke-, feitelijke- en staatsrechtelijke deugdelijkheid te beoordelen.
Maar aangezien onze in het wild levende dieren ook door de leden der Eerste Kamer der Staten Generaal kennelijk als onnutte ballast van het agri-industriÎle belangenblok worden beschouwd, wensten de senaatsleden hun taak in deze kennelijk met de spreekwoordelijke korrel zout te nemen. Zout dat nu juist zo hard nodig was om onze rechtsstaat voor nog verder uitglijden op het confessioneel bevuilde staatsrechtelijke wegdek te behoeden.
Om het hier maar even heel duidelijk te stellen: noch de Tweede Kamer der Staten Generaal noch de leden der Senaat namen de moeite om de rechtmatigheid van handelen van jagende parlementariÎrs of hun (mogelijke) agrarisch belanghebbende achterban aan deugdelijkheid, juistheid en rechtmatigheid te toetsen. Voor de goede orde: de Flora- en faunawet werd stukgeschoten door de confessionele kamerleden Pierik- Schreier, Oplaat en Ormel, gesecondeerd door (inmiddels wijlen) het LPF- kamerlid Van den Brink. Allen agrarisch belanghebbenden. Allen in het bezit van wapenvergunning annex jachtakte ten behoeve van de hobbyjacht! Ten overvloede zei hier vermeld, dat het nastreven van eigenbelang op leugenachtige gronden niet omschreven staat als taak of doelstelling van als kamer- of senaatslid beÎdigde ambtsbekleders!
Maar het kwaad reikte nog veel vÈrder. De flagrante desinteresse in het wel en wee van onze vrije natuur bij een meerderheid van de (vanwege die ongeinteresseerdheid merendeels bij relevante kamerzittingen afwezige) parlementariÎrs, kon er toe leiden dat het CDA vrij spel kreeg om absoluut onbekwame hobbyjagers de gewetensvolle en zorgvuldigheid eisende taak van ëFaunabeheerderí toe te dichten..En om die lieden zich ook nog eens te doen te verenigen in ëFaunabeheereenhedení. Een slag in het gezicht van mÈÈr dan honderd jaar ethische- en morele natuurbewustwording in de lage landen. En tevens een regelrechte verkrachting van het door het CDA verordonneerde Normen - en Waarden Beginsel! Staatsrechtelijk zowel als moreel beschouwd een daad van verwerpelijke egocentrische ongemanierdheid! Vervolgens leende de centrum- confessionele wetgever haar oor aan LTO en diens achterban, die het verlies van de (onterecht door ëBrusselí al decennialang uitgekeerde landbouwsubsidies) meende te kunnen compenseren door iedere vogel, plant of andere levensvorm die zich op boerenland manifesteerde, financieel te gaan uitmelken. Dit effende de weg die kwade geesten binnen het centrum -confessionele machtsblok in de opeenvolgende Balkenende regimes zich ten doel gesteld hadden: afrekenen met de natuur en zoveel mogelijk terug nemen van hetgeen er generaties lang met zorg en toewijding is veiliggesteld van datgene wat uitgerekend dezelfde confessionelen duiden als ëde scheppingí! Uit dit weinig verheffende script kon dus slechts een respectloos handelen met het weerloze en niet winstgevende leven in de vrije natuur volgen. En aldus geschieddeÖÖ.!
3. Onbeschaafde repressie jegens de natuur
In de ouverture tot de lafhartige aanval van scrupuleloze machtsmisbruikers op onze inheemse natuur, werden er enkele machinaties gepleegd die een ondemocratisch systeem niet zouden misstaan. Zo konden duizenden ontstemde leden van Natuurmonumenten niet verhinderen dat Cees Veerman, oud minister van LNV en in 2003 uitvinder van de excessieve ruimingen onder lievelingsdieren van peuters, kleuters, pubers, minder validen, langdurig zieken, bejaarden en kloosterzusters, tot voorzitter werd benoemd. Ten koste van een onbekend doch omvangrijk aantal lidmaatschapsopzeggingen!
Veerman had er vooraf al zorg voor gedragen dat Staatsbosbeheer op discutabele gronden verzelfstandigd werd en dat zijn oud-topambtenaar daarvan Algemeen Directeur werd. Alles onder controle dus!
Vervolgens brak het jaar 2008 aan en leende een PvdA- statenlid in Noord- Holland zich ervoor om zich voor een natuurvijandig karretje te laten spannen en de oorlog te verklaren aan de ganzen. Die nota bene in zijn provincie nog maar enkele decennia eerder uitgesproken zeldzaamheden waren! Die exercitie deed statenlid Visser kennelijk als wegbereider voor de beestachtige vergassingsmoord op bijna de totale populatie Texelse Grauwe Ganzen, die vanaf eind mei de dood vonden in een schuur welke eigendom bleek te zijn van de voorzitter van de agrarische vereniging Texels Belang. Het zou niet alleen duidenden ganzen het leven gaan kosten, maar ook de Texelse middenstand een miljoenenverlies gaan opleveren. En dat alles voor een te verwachten ganzenschade van maximaal enkele tienduizenden euroís. Op jaarbasis. Van ongestructureerde overkill gesproken!
Feit is, dat allÈÈn de Texelse hobbyjagers hier profijt van hadden. Want voor hen openden zich weer onbegrensde mogelijkheden om op een bij wet beschermde vogelsoort te kunnen schieten!
Hoofdschuldige voor het Texelse ganzenbloedbad was Natuurmonumenten: de vereniging met bijna een miljoen leden, die nu al drie jaar lang gegijzeld wordt door Cees Veerman. Want als voorzitter draagt hij er zorg voor dat de achterban absoluut onwetend blijft van het verwerpelijke handelen van het dagelijks bestuur. Wanneer dit handelen openlijk met het ledenbestand gecommuniceerd zou worden, dan valt te voorzien dat honderdduizenden hun lidmaatschap zouden beÎindigen.
Geschrokken door de Texelse impact slikte het PvdA- statenlid Visser zijn manhaftigheid schielijk in, maar helaas voor zoín tweeduizend Brandganzen en onbekende aantallen Grauwe- en Canadese Ganzen woedde het verwerpelijke vernietigingsvirus in het voorjaar van 2008 voort in de provincie Utrecht, waar zich tonelen afspeelden die zelfs Fellini te vÈr zouden gaan. Er is een DVD van verkrijgbaar (www.faunabescherming.nl o.v.v. ëdvd Honswijkí) waarop de vangst en de verlading van meer dan duizend Brandganzen en hun kuikens is vastgelegd. Wie nog meende dat er in Nederland op een geciviliseerde wijze met ons natuurlijke erfgoed wordt omgegaan, die zal na kennisname van deze manifestatie van excessieve moordlust wel tot andere gedachten komen.
In 2009 probeerde men het opnieuw, want kennelijk is het voor sommige politici moeilijker om beschaafd na te denken dan om primitief te handelen. En het moet gezegd worden: hierin wedijveren de regeringspartijen keihard om de eerste viool. Toch gelukte het in 2009 niet om verder te gaan met het uitleven van de tomeloze moordzucht op weerloze en volstrekt onschuldige dieren. Althans niet in gaskamers. Maar dag na dag zijn schietgrage ëFaunabeheerdersí in touw met het aan flarden of tot levenslange verminking schieten van ons gemeenschappelijk natuurbezit. En daar moet zo snel mogelijk een eind aan komen!
4. Geld: macht en onmacht
Dat einde zou maar zo kunnen worden bewerkstelligd door een krachtig optreden van Vogelbescherming Nederland en De Dierenbescherming. Beide organisaties tezamen beschikken over een achterban van meer dan een miljoen leden. Maar waar bijna een miljoen begunstigers van Natuurmonumenten zich nu al jarenlang even zoveel oren laten aannaaien door een akkerbouwer uit Goudswaard, die doende is om zijn proefschrift ìgrond en grondprijzenî op geheel eigen wijze aan de zelfgecreÎerde realiteit te conformeren, is Vogelbescherming afgegleden tot het laagst denkbare niveau van verwording van het ideÎle gedachtegoed. Directeur Fred Wouters en zijn personeel laten veel liever weerloze bij wet beschermde vogels vergassen of hobbymatig afschieten onder valse voorwendsels, dan dat zijn doen waarvoor zij betaald worden: Vogels BeschÈrmen!
U krijgt meteen ook de reden voor deze schaamteloze plichtsverzaking bijgeleverd. Als Vogelbescherming ook maar iets naar buiten brengt dat LNV onwelgevallig is, dan verspeeld men de miljoenensubsidie! En het behoud van die royale pecuniapot vindt men duidelijk belangrijker dan het lot van onze weerloze gevederde vrienden. Waaraan men intussen wÈl het bestaansrecht te danken heeft!.
Ook de Dierenbescherming heeft zich kennelijk in zoín wurggreep van subsidieafhankelijkheid laten verstrikken.
Dat hoeft geenszins beklemmend te zijn, want met weinig moeite valt zeer wel aannemelijk te maken dat de statutair geformuleerde doelstellingen nagestreefd worden en dat daarvoor een adequaat meegroeien met de ontwikkelingen noodzakelijk is. Maar het is niet de bedoeling van dit resumÈ om Vogelbescherming, Dierenbescherming, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, de Landschappen of welke andere participant in het nalatig dan wel faunavijandig handelen enig instrument ter rechtvaardiging van hun daden aan te reiken. Want het gaat hier voor alles om het respectvol omgaan met bij wet beschermde inheemse dieren!
5. Ongenuanceerde hetzevorming
In 2007 zond Vogelbescherming vanaf het voorjaar tot diep in de zomer een televisiespotje uit waarin men kijkend Nederland wijs wilde maken, dat de wilde ganzen er weer aan kwamen. Destijds meende de argeloze kijker wellicht dat dit op een fout berustte, omdat iedere normale mens immers weet dat wintergasten bij ons in de herfst arriveren en in het voorjaar weer vertrekken naar het hoge noorden. Daarom heten het ook Wintergasten!
Achteraf beschouwd beoogde Vogelbescherming wellicht iets heel anders met deze peperdure doch volstrekt onzinnige huiskameractie. Want nog maar een half jaar na het beÎindigen van de uitzendingen van deze wezensvreemde reclameboodschap, kwam Vogelbescherming met een volgend avifaunistisch absurdisme. Overzomerende ganzen zouden grote schade toebrengen aan de landbouw! Nu wil het geval dat ons land geen overzomerende ganzen kent. Want de noordelijke wintergasten vertrekken in het voorjaar en er blijven hooguit enkele verzwakte vogels achter. Wat wij wÈl kennen dat zijn onze broedvogels: aanvankelijk uitsluitend Grauwe Ganzen maar tegenwoordig ook populatiegewijze voorkomende Kolganzen, Brandganzen, Canadese Ganzen, Indische Streepkopganzen en Nijlganzen.
Kolganzen en Brandganzen horen eigenlijk ten noorden van de poolcirkel te broeden, maar in tijden van klimaatverandering blijkt dat geen wet van Meden en Perzen te zijn. Het zijn bij ons van oudsher inheemse wintergasten die tegenwoordig ook bij ons broeden. Plaatselijk zelfs in tamelijk omvangrijke populaties. Dat is uniek en we zouden er trots op moeten zijn!
Canadese Ganzen, Indische Streepkopganzen en Nijlganzen stammen bij ons van uitgezette of ontsnapte dieren, maar komen al zoveel jaren in ons land tot broeden dat nauwelijks nog van ëexotení gesproken kan worden. Toch werden al deze vogels, samen met de broedende adulte en niet broedende subadulte Grauwe Ganzen, letterlijk ëop ÈÈn hoop geveegdí en als ëoverzomeraarsí tot schadelijk gevogelte verklaard. Zonder enig nader populatiedynamisch of toegepast voedselecologisch onderzoek werden de niet inheemse soorten botweg tot ëongewenste vreemdelingí uitgeroepen. Terwijl al deze soorten al bijna een halve eeuw in ons land broeden! Ook de Kolganzen en de Brandganzen, die hier niet zijn uitgezet doch spontaan broedpopulaties gevormd hebben ( al dan niet voortkomend uit achterblijvers van de winterpopulatie), werden als creatura non grata verklaard. En men wilde dus af van de inheemse Grauwe Ganzenpopulatie, die gemakshalve het predikaat ìoverzomeraarsí kreeg toebedeeld. Maar het zijn onze eigen broedvogels - bij wet beschermd nota bene- waarvan ook het niet geslachtsrijpe contingent bij ons het hele jaar aanwezig is. Een ganzenpopulatie bestaat nu eenmaal uit adulte en subadulte vogels. Dat zijn geen zomergasten of wintergasten, maar gewoon standvogels! Althans in overgrote meerderheid.
Door deze verwording van de avifaunistische classificatie gelukte het de voortrekkers van de door LNV, LTO en KNJV aangejaagde hetzevorming, om via de media de Nederlandse bevolking ervan te doordringen dat de overzomerende ganzen de boeren naar het leven staan. Met geen woord werd er daarbij gerept over de rol die de natuurbeherende instanties en de faunabeheereenheden al vele jaren spelen bij het onbeheersbaar worden van de omvang van de regionale ganzenpopulaties. Daarover is in hoofdstuk 1 al veel gezegd.
Met leugens en verdraaide feiten verkregen vervolgens Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer ontheffingen om op grote schaal ruiende wilde ganzen en hun jongen te vangen en te vernietigen. Waarbij geen enkel onderzoek of deugdelijk bewijs ten grondslag lag aan de boude beweringen dat ganzen kwetsbare vegetaties onherstelbaar zouden vernielen en weidevogels zouden verdrijven. Dat zijn namelijk aantoonbaar botte leugens! Met hetzelfde gemak toverde men de maximale toekomstige populatieomvang voor de te ruimen gebieden uit de hoge hoed. Zonder zich ook maar op het minste populatiedynamische onderzoek te kunnen beroepen! Er werd, kort gezegd, een dictaat van LNV/LTO ten uitvoer gebracht ten faveure van altijd klagende boeren en schietgrage hobbyjagers.
Want er zijn zeer goede mogelijkheden om ganzen te weren van kwetsbare percelen en er liggen in ons land duizenden hectaren vanouds grazig terrein te verpauperen onder de gesel van ënatuurontwikkelingí en ënieuwe natuurí. Jaarrond beweid door exotische grote grazers! Omdat Vogelbescherming zich geheel verkocht heeft aan die niets ontziende lobby en bovendien, zoals gezegd, veel overheidssubsidie toucheert, houdt de ëadvocaat van de wilde vogelsí zich nu al jarenlang muisstil en laat ongestraft toe hoe bij wet beschermde inheemse ganzen als vuilnis bijeen worden gedreven en tot diervoer worden vermalen, dan wel massaal door hobbyjagers als levende schietschijven worden gebruikt. Daarom kleeft er aan iedere vergaste of afgeschoten wilde gans het bloed van Vogelbescherming!
6. Killingfield Friesland?
De Flora- en faunawet kwam tijdens twee Paarse kabinetten tot stand door jarenlange inspanningen van de PvdA, onder voortdurende oppositionele tegenwerking door het CDA. Zoals reeds in hoofdstuk 1 werd gesteld, is de wet vanaf 1 april 2002 stelselmatig ziek geschoten door CDA- parlementariÎrs met de hulp van de toenmalige LPF- kamerfractie.
Het doet dan ook bizar aan dat het Texelse ganzenmassacre en het synchrone voornemen om in 2008 in de provincie Noord-Holland 10.000 Grauwe Ganzen door jagers te laten afschieten, onder verantwoordelijkheid van een PvdA- statenlid plaatsvond. Een statenlid dat zich bovendien doof betoonde voor iedere vorm van inhoudelijke kritiek op dit volkomen respectloze beleid. Dat bovendien, zoals voorspeld, absoluut niets aan de bestaande situatie heeft veranderd! De bijna 5.000 op Texel vermoorde ganzen waren namelijk al binnen een maand weer aangevuld met dieren van elders. Want zolang er niets aan de secundaire omstandigheden (vooral aan de geografische ligging, de terreinstructuur en het voedselaanbod) veranderd, zijn dergelijke ingrepen exact wat zij zijn. Ongeciviliseerde en respectloze barbaarse moordpartijen!
Momenteel is het opnieuw een PvdA- statenlid dat in de provincie Friesland andermaal de oorlog door vergassing heeft verklaard aan wederom tienduizend Grauwe Ganzen. Een volkomen uit het luchtledige gegrepen aantal dat opnieuw na enkele weken weer aangevuld zal blijken te zijn. Want dankzij het jarenlange structurele verzaken van de Zorgplicht door terreinbeheerders en tot faunabeheerder opgeleukte hobbyjagers, is er een welhaast onuitputtelijk reservoir van ganzen gekweekt, dat iedere opengevallen niche onmiddellijk zal invullen. Zo werkt de natuur nu eenmaal.
Het is dan ook te hopen dat Friesland tot inkeer zal komen en natuurbeherende instanties en hobbyjagende faunabeheerders op hun nalatigheden zal aanspreken. Of nog beter: de geclaimde en uitbetaalde schade op hen zal verhalen. Want uit het bezitten en beheren van natuurterreinen vloeien verplichtingen voort, evenals uit het naar zich toe trekken van het hobbymatige faunabeheer.
Daarop kan de heer Konst zijn pijlen dus veel beter richten! |
Geef
de gans
een tweede kans -
Doneer nu online!
|